Tekstvak:  







It was a comely young lady fair, was walking out for to take the air.
She met a sailor all on her way, So I paid attention to what they did say.
	Een bekoorlijk jong meisje liep buiten om een luchtje te scheppen.
Onderweg kwam ze een zeeman tegen, dus luisterde ik naar wat ze zeiden.

Said William, ‘Lady, why walk alone? The night is coming and the day
near gone.’ She said, while tears from her eyes did fall, ‘It’s a dark eyed sailor that’s proving my downfall

	William zei: ‘Jongedame, waarom loop je zo alleen? De avond valt, de dag is bijna voorbij.’ Terwijl tranen over haar wangen stroomden, zei ze: ‘Een zeeman met donkere ogen blijkt mijn ondergang te zijn.
It’s two long years since he left the land; He took a gold ring from off my
hand, We broke the token, here’s part with me, And the other lies rolling at the bottom of the sea.’


Then half a ring did young William show, She was distracted midst joy and woe. ‘O, welcome William, I’ve lands and gold for my dark eyed sailor, so manly, true and bold.’



Then in a village down by the sea they joined in wedlock and well agree.
So maids be true when your love’s away, for a cloudy morning brings forth a shining day.
	Twee lange jaren geleden is hij aan boord gegaan;Van mijn vinger nam hij een gouden ring. We braken het symbool in tweeën, de ene helft heb ik hier, de andere ligt ergens op de bodem van de zee.’

Toen haalde de jonge William een halve ring te voorschijn, Ze was verbijsterd, en haar verdriet sloeg om in vreugde. ‘Wees welkom, William, ik heb land,ik heb goud, voor mijn trouwe, dappere zeeman met zijn donkere ogen.’

In een dorpje bij de zee trouwden ze en werden ze heel gelukkig.
Dus, meisjes, geef de moed niet op als je geliefde weg is. Want na een bewolkte morgen volgt een stralende dag.